Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we wat dieper op de verschillende soorten vetzuren ingaan. Bij vetzuren wordt er namelijk onderscheid gemaakt tussen verzadigd en onverzadigd vet, en enkelvoudig onverzadigd en meervoudig onverzadigd vet. Deze onderlinge verschillen zeggen namelijk veel over de stabiliteit van het vetsoort. En als je dit begrijpt, weet je wat de gevaren van zonnebloemolie zijn.

Verzadigd v.s. onverzadigd vetzuur

Allereerst kijken we naar de bindingen in een vetzuur molecuul. Als je naar het plaatje hieronder kijkt, zie je dat bij een verzadigd vetzuur alle bindingen zijn gevuld. Bij een onverzadigd vetzuur zijn er nog vrije plaatsen, dit zie je aan het ‘gat’ wat er in het midden van de keten ontstaat. Doordat de onverzadigde vetzuren vrije plaatsen hebben, kan het makkelijker te gronde gaan door zuurstof, licht en hitte. Dit noemen we ‘oxideren’, ofwel het ‘ranzig’ worden van vetten. Bij dit proces ontstaan vrije radicalen die onze lichaamscellen aantasten.

Dat is de reden dat verzadigde vetten goed (lees: veilig) zijn om mee te bakken, braden en frituren. Verzadigde vetten zijn de hardere vetten, die vloeibaar worden bij verhitting. Nieuwe onderzoeken wijzen uit dat verzadigde vetten helemaal niet zo slecht zijn als vroeger werd gedacht. Onder andere omdat ze als stabiele bouw- en brandstoffen dienen (Malhotra, 2013). De gezondste verzadigde vetten zijn: (gras gevoerd)roomboter, kokosolie en dierlijk vet (van dieren die gegeten hebben wat ze horen te eten).  Alle producten bevatten een combinatie van verzadigde en onverzadigde vetten. Als je alles wat je op een dag eet bij elkaar optelt wil je een verhouding hebben van 1:1 (verzadigd v.s. onverzadigd).

MOV en EOV

Onverzadigde vetten zijn de vaak de vloeibare vetsoorten. Bij de onverzadigde vetzuren kunnen we onderscheid maken in meervoudig onverzadigd (meerdere vrije bindingen) en enkelvoudig onverzadigde (slechts één vrije binding) vetzuren. Meervoudig onverzadigde vetzuren zijn de instabielste vetsoorten, omdat ze meerdere vrije bindingen bevatten (Yin & Porter, 2005). Hieronder vallen omega 3 (visolie, walnoten, pompoenpitten, lijnzaadolie) en omega 6 (zonnebloemolie, sojaolie, maisolie). Bij dit type vetzuur moeten we voorzichtig zijn met verhitten en bewaren. Lijnzaadolie moet je dus bijvoorbeeld donker bewaren en niet gebruiken om mee te bakken. Ook moet je het na openen binnen een aantal weken consumeren, omdat het anders teveel in contact komt met zuurstof.

Enkelvoudig onverzadigde vetsoorten zijn stabieler, dit zijn omega 9 (olijfolie, avocado) en omega 7 (macadamia’s). Deze vetten zijn beter geschikt om te verwarmen, maar ook bij deze vetten moeten we uitkijken dat we ze niet te hoog verhitten. In tegenstelling tot MOV’s kan ons lichaam zelf EOV’s aanmaken, dus deze vetsoorten zijn in principe niet essentieel.

Transvetten

Dan heb je nog de transvetten. Dit is de enige vetsoort die écht schadelijk is voor ons lichaam. Dit zijn kunstmatige vetten die ontstaan bij het uitharden van vetten die normaal gesproken vloeibaar zijn. Denk aan margarine of halvarine, dit wordt vaak uit zonnebloemolie gemaakt. Bij dit bewerkingsproces ontstaan veel schadelijke vrije radicalen met op lange termijn verhoogde kans op hart- en vaatziekten (Clarke & Lewington, 2006).

Omega 3 v.s. omega 6

Allebei deze vetzuren zijn essentieel, omdat ons lichaam dit niet zelf kan aanmaken. Met name omega 3 is, ondanks dat het makkelijk ranzig wordt, superbelangrijk voor onze hersenen en ons energiesysteem. Omega 6 (linolzuur) hebben we ook nodig voor onze cellen, maar werkt bij onvoldoende inname van omega 3 ontstekingsbevorderend (Noori, et al., 2011). Het probleem zit hem dan ook in de verhoudingen. Een gemiddelde Nederland eet namelijk 20 keer zoveel omega 6 in verhouding tot omega 3, terwijl je dit eigenlijk richting de 1 op 1 wilt hebben (Simopoulos, 2011). Dit komt onder andere doordat we te weinig vette vis eten, de meeste Nederlanders redden 2 keer per week vette vis niet.

Overal zit zonnebloemolie in verwerkt

Het grootste probleem zit hem echter in de hoeveelheid omega 6 die in onze producten zit verwerkt, zonder dat we dit doorhebben. Dit komt met name doordat (slechte kwaliteit) zonnebloemolie bijna overal aan toegevoegd wordt. Zonnebloemolie is namelijk een ontzettend goedkoop product. Kijk voor de grap maar eens in de supermarkt naar de ingrediëntenlijst op verpakkingen. Bijna in alle pakjes, zakjes, potten en blikken zit zonnebloemolie verwerkt (Srivastava, Singh, George, Bhui, & Shukla, 2010). Onze voeding is dus bevuild met ontstekingsbevorderend omega 6.

Tips

We zouden ontzettend veel vis moeten eten om dit te compenseren (wat ook weer schadelijk voor ons is gezien onze vervuilde oceaan). Hoe lossen we dit dan op? Allereerst scheelt het al een hoop als je geen zonnebloemolie en margarine in huis haalt. Gebruik daarvoor in de plaats roomboter, kokosolie, ghee en olijfolie. Kokosolie (ongeraffineerd) is tevens een goede optie om in te frituren, omdat je het veilig meermaals kunt verhitten. Daarnaast is het goed om eens wat vaker naar de ingrediëntenlijst van producten te kijken en de producten met zonnebloemolie erin verwerkt te halveren. Als je deze stappen volgt én je eet een aantal keer in de week vette vis, dan ben je op de goede weg!

Bronnen

Clarke, R., & Lewington, S. (2006). Trans fatty acids and coronary heart disease. BMJ, 333(7561), 214-214. Retrieved 3 9, 2021, from https://ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/pmc1523500

Harris, W. S. (2006). Tissue omega-6/omega-3 fatty acid ratio and risk for coronary artery disease. American Journal of Cardiology, 98(4), 19-26. American Journal of Cardiology, 98(4), 19-26., 19-26.

Malhotra, A. (2013). Saturated fat is not the major issue. BMJ, 347. Retrieved 3 9, 2021, from https://bmj.com/content/347/bmj.f6340

Noori, N., Dukkipati, R., Kovesdy, C. P., Sim, J. J., Feroze, U., Murali, S. B., . . . Kalantar-Zadeh, K. (2011). Dietary Omega-3 Fatty Acid, Ratio of Omega-6 to Omega-3 Intake, Inflammation, and Survival in Long-term Hemodialysis Patients. American Journal of Kidney Diseases, 58(2), 248-256. Retrieved 3 9, 2021, from https://ajkd.org/article/s0272-6386(11)00723-2/fulltext

Simopoulos, A. P. (2008). The Importance of the Omega-6/Omega-3 Fatty Acid Ratio in Cardiovascular Disease and Other Chronic Diseases:. Experimental Biology and Medicine, 233(6), 674-688. Retrieved 3 9, 2021, from https://ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18408140

Simopoulos, A. P. (2011). Evolutionary Aspects of Diet: The Omega-6/Omega-3 Ratio and the Brain. Molecular Neurobiology, 44(2), 203-215. Retrieved 3 9, 2021, from https://ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21279554

Srivastava, S., Singh, M., George, J., Bhui, K., & Shukla, Y. (2010). Genotoxic and carcinogenic risks associated with the consumption of repeatedly boiled sunflower oil. Journal of Agricultural and Food Chemistry, 58(20), 11179-11186. Retrieved 3 9, 2021, from https://ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20886885

Tepšić, V., Pavlović, M., Ristic-Medic, D., Ristić, V., Lekić, N., Tepsic, J., . . . Glibetić, M. (2008). Influence of dietary fats on serum phospholipid fatty acid composition and its relation to obesity in animals. Acta Veterinaria-beograd, 58(1), 33-41. Retrieved 3 9, 2021, from https://cabdirect.org/cabdirect/abstract/20083117048

Yin, H., & Porter, N. A. (2005). New insights regarding the autoxidation of polyunsaturated fatty acids. Antioxidants & Redox Signaling, 7, 170-184. Retrieved 3 9, 2021, from https://ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15650406